Geen terugvordering huisvestingsuitgaven 2009 PO (13-04-2012)

De afgelopen jaren was er sprake van veel onzekerheid binnen het primair onderwijs over onrechtmatige uitgaven op het gebied van huisvesting. De minister stelde dat uitgaven voor huisvesting op grond van de Wet op Primair Onderwijs onrechtmatig waren, omdat dit een taak voor de gemeenten betreft en niet voor de schoolbesturen. Huisvestingsuitgaven werden alleen toegestaan als deze gefinancierd werden uit de reserves van voor 1 augustus 2006 en deze bovendien ‘aanvullend’ waren. Over het begrip ‘aanvullend’ bestaat veel onduidelijkheid. Voorts gaf de minister aan dat er sprake is van een ‘genuanceerd sanctiebeleid’, maar wat dit precies inhoudt was tot op heden nog niet bekend.
In het accountantsoverleg bij de Inspectie van het onderwijs van vrijdag 13 april 2012 is ons medegedeeld dat het ministerie in ieder geval geen bedragen gaat terug vorderen over het jaar 2009. De scholen die in 2009 huisvestingsuitgaven hebben gedaan en waar de accountant in een rapport van bevindingen hierover opmerkingen heeft gemaakt, kunnen in mei 2012 een brief van het ministerie met deze strekking verwachten. In feite is er sprake van een gedoogbeleid. Ook over 2010 zal een soortgelijk beleid gevoerd worden, met dien verstande dat alleen in extreme gevallen mogelijk terugvordering zal plaats vinden.
De accountants dienen huisvestingsuitgaven die onrechtmatig zijn nog wel steeds te melden in een rapport van bevindingen aan Duo-Cfi. Het Ministerie overweegt om in de toekomst de Wet op het Primair Onderwijs aan te passen, zodat dergelijke uitgaven niet meer onrechtmatig zijn. Wetgeving op dit gebied is echter niet voor 2014 te verwachten.
Bron: Inspectie van het onderwijs
IMBU-regeling vervalt (03-04-2012)

Op 1 augustus 2012 vervalt de IMBU-regeling (regeling in mindering brengen uitkeringen). Het intrekken van deze regeling is onderdeel van de OCW-regeling waarin de bedragen voor de personele bekostiging voor het schooljaar 2012-2013 zijn vastgelegd.
Schoolbesturen ontvangen nu een uitkering of toelage van het UWV voor personeelsleden die afwezig zijn wegens zwangerschapsverlof of die vallen onder de WAO, WIA, de ZW of de WAZO. Voor een deel van die personeelsleden, namelijk diegenen met zwangerschapsverlof of (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, kunnen schoolbesturen tegelijkertijd vervangingskosten declareren bij het Vervangingsfonds. En dat is dubbelop. Daarom vordert OCW, via de IMBU-regeling, de UWV-uitkering weer terug van de schoolbesturen. Dit is een omslachtige procedure.
Door de IMBU-regeling en de vergoeding door het Vervangingsfonds tegen elkaar weg te strepen, vermindert de administratieve last aanzienlijk. Het eindresultaat blijft hetzelfde. Het schoolbestuur ontvangt nog steeds de UVW-uitkering en kan deze gebruiken voor het betalen van vervangingskosten. OCW vordert deze uitkering niet meer terug. In verband met deze maatregel gaat de premie van het Vervangingsfonds omlaag. Daar staat tegenover dat in deze gevallen geen vervangingskosten meer kunnen worden gedeclareerd bij het Vervangingsfonds.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Aanvraag Lerarenbeurs (30-03-2012)

De nieuwe aanvraagronde voor de Lerarenbeurs voor het studiejaar 2012-2013 is van 2 april 2012 tot en met 1 juni 2012. Leraren in het (voortgezet) speciaal onderwijs hebben dit jaar voorrang.
Vanaf dit jaar kan de Lerarenbeurs niet meer gebruikt worden voor korte opleidingen, maar alleen voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding. Met de Lerarenbeurs stimuleert de staatssecretaris dat leraren een bachelor- of mastergraad halen om de kwaliteit van het hele onderwijs te verhogen.
Voor de nieuwe aanvragen is 40 miljoen euro beschikbaar. Hiervan is in 2012 16 miljoen euro bij voorrang bestemd voor leraren in het (voortgezet) speciaal onderwijs die met ontslag bedreigd worden als gevolg van de bezuinigingen op Passend Onderwijs. Hiermee krijgen zij de mogelijkheid om een extra bevoegdheid te halen voor het voortgezet onderwijs of via een nieuwe studie de kansen op de onderwijsarbeidsmarkt te vergroten.
De Lerarenbeurs is een van de maatregelen uit het actieplan LeerKracht van Nederland en Leraar 2020. Elke leraar kan eenmaal in zijn onderwijsloopbaan gebruik maken van de Lerarenbeurs voor een bachelor- of masteropleiding naar keuze. De maximale vergoeding is 7000 euro per jaar. Leraren kunnen daardoor ook een tweede bachelor of masteropleiding volgen, waarvoor hogescholen en universiteiten door een wetswijziging het instellingscollegegeld kunnen vragen. Leraren kunnen maximaal drie jaar een Lerarenbeurs krijgen.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Cursus financieel management PO (30-03-2012)
Adequaat financieel management is van groot belang voor de continuïteit en de aansturing van uw organisatie. Door de bezuinigingen van de overheid, de krimp van het aantal leerlingen en de crisis neemt het belang van goed financieel management alleen maar toe. Daarom organiseert Van Ree Accountants komend najaar weer een cursus financieel management voor schoolleiders en bestuurders in het primair onderwijs. U kunt zich nu al opgeven voor deze cursus van twee dagdelen. Klik hier voor meer informatie en aanmelding.
Prestatiebox VO en PO (22-03-2012)
Onlangs zijn voor de sectoren PO en VO de regelingen met betrekking tot de Prestatiebox verschenen.De Prestatiebox voorziet in het verstrekken van aanvullende middelen in verband met de actieplannen Basis voor Presteren - Leraar 2020. Het gaat om niet-geoormerkte bijdragen. De baten kunnen worden verantwoord op post 3.1.2.2.1 van de Regeling Jaarverslaggeving. Vanaf EFJ 2012 zal in het EFJ-model een afzonderlijke post worden opgenomen voor de opname van de gelden ingevolge de Prestatiebox.
Bron: Min. OCW eenheid jaarverslaggeving
Schoolgebouwen onder de loep (16-03-2012)
Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde voor de kwaliteit van het onderwijs in Nederland. Volgens de minister is er een kwaliteitsslag nodig in de onderwijshuisvesting. De leeftijd van schoolgebouwen loopt op en relatief veel schoolgebouwen zijn de komende jaren aan vernieuwing toe. Ook is de kwaliteit van het binnenmilieu in schoolgebouwen voor verbetering vatbaar. Bovendien zullen in de toekomst extra inspanningen nodig zijn, onder meer vanwege de gevolgen van demografische krimp en de toename van het aantal brede scholen.
Gezien de kwaliteitsslag die nodig is, is het opmerkelijk dat gemeenten minder uitgeven aan onderwijshuisvesting dan waarmee bij de verdeling van het Gemeentefonds rekening wordt gehouden. Aan onderwijshuisvesting wordt per jaar door gemeenten substantieel minder uitgegeven dan er in theorie beschikbaar is. Minister Van Bijsterveldt beschrijft de knelpunten en de maatregelen die zij wil nemen, in haar brief aan de Tweede Kamer van 16 maart 2012.
Knelpunten binnen het stelsel
Binnen het stelsel voor huisvesting bestaat een aantal knelpunten:
- De gescheiden verantwoordelijkheden leiden tot trage procedures, afstemmingsproblemen en administratieve lasten bij gemeenten en schoolbesturen.
- De eisen voor bestaande schoolgebouwen zijn veel lager dan voor nieuwe schoolgebouwen. Dit betekent dat een gemeente bijvoorbeeld niets hoeft te ondernemen voor bestaande gebouwen met enkel glas, slechte isolatie of een indeling die niet past bij de eisen van deze tijd.
- Veel gemeenten werken met de modelverordening van de VNG. Hierin zijn normbedragen opgenomen die in de praktijk regelmatig onvoldoende blijken te zijn om scholen van goede kwaliteit te kunnen bouwen.
- Schoolbesturen en sectororganisaties in het funderend onderwijs zijn in meerderheid voor overheveling van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud.
Acties
Gemeenten hebben de vrijheid om zelf te beslissen hoe zij de middelen binnen het Gemeentefonds uitgeven. Het geeft de minister zorg dat gemeenten minder uitgeven dan zij zouden kunnen. Daarom roept zij de gemeenten op om meer middelen in te zetten voor onderwijshuisvesting. Ook wil zij de volgende acties in gang zetten:
- Meer transparantie over beschikbare middelen en uitgaven aan educatie (waaronder onderwijshuisvesting) per gemeente.
- Pilots om vrijwillige doordecentralisatie van de huisvesting naar schoolbesturen te stimuleren.
- De VNG verzoeken om kwaliteitseisen in de modelverordening op te nemen.
- Verkennen van de mogelijkheden om de eisen voor bestaande scholen aan te scherpen.
Overhevelen buitenonderhoud PO
Om de knelpunten in het PO-stelsel te verminderen is een verkenning gestart naar de mogelijkheden om de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud over te hevelen van de gemeente naar het schoolbestuur. Dit gebeurt mede op verzoek van de PO-Raad en de Tweede Kamer. Uit onderzoek blijkt dat er bij gemeenten en schoolbesturen draagvlak is voor deze maatregel. De voorbereidingen om de wetgeving hierop aan te passen, zijn reeds gestart. Als dit tot een positief kabinetsbesluit leidt, is het streven deze maatregel op 1 januari 2014 in werking te laten treden in het primair onderwijs en het (v)so.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Wetsvoorstel passend onderwijs (15-03-2012)
Op 6 en 8 maart 2012 is het wetsvoorstel passend onderwijs behandeld door de Tweede Kamer. Tijdens het debat hebben verschillende Kamerleden amendementen en moties ingediend. Op 15 maart 2012 heeft de Kamer hierover gestemd. Het wetsvoorstel passend onderwijs is aangenomen, tevens zijn daarbij 10 amendementen en 10 moties aangenomen. Ook heeft de minister tijdens het debat een aantal toezeggingen gedaan. De volgende stap is de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer.
Hieronder vindt u een overzicht van de moties, de amendementen en de toezeggingen:
Samenwerkingsverbanden
- Elk samenwerkingsverband moet in het ondersteuningsplan een niveau van basisondersteuning vastleggen.
- Het samenwerkingsverband mag alleen inbreuk maken op het schoolondersteuningsprofiel wanneer dat profiel voor het samenwerkingsverband een onevenredige belasting vormt.
- Bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wordt vastgesteld op welke manier een samenwerkingsverband bij de landsgrens kan samenwerken met een school uit België of Duitsland.
- De Tweede Kamer verzoekt de regering, de mogelijkheid te scheppen om bestuurders bij wanbeleid op non-actief te stellen. (Motie)
Leerlingondersteuning
- De Tweede Kamer verzoekt de regering binnen één maand met een voorstel te komen, waardoor meer zicht ontstaat op de besteding van het budget voor zorgleerlingen. (Motie)
- De Tweede Kamer verzoekt de regering, met voorstellen te komen om ict-middelen te ontwikkelen voor brede toepassing voor kennis en competenties ten gunste van specifieke zorgleerlingen. (Motie)
Onderwijstijd
- De tijd waarin een vo-leerling op een vso-school onderwijs ontvangt, telt mee als onderwijstijd.
Middelen epilepsie
- De middelen voor de ambulante begeleiding aan leerlingen met epilepsie worden toegekend aan De Waterlelie en De Berkenschutse.
Krimpregio’s
- De Tweede Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met de krimpregio’s om afspraken te maken teneinde deze regio’s te ondersteunen bij het uitvoeren van de Wet passend onderwijs. (Motie)
Verevening
- De percentages van de verevening worden bij AMvB bepaald.
Positie van ouders
- Over het ontwikkelingsperspectief wordt op overeenstemming gericht overleg gevoerd met de ouders.
- Het samenwerkingsverband moet in het ondersteuningsplan opnemen hoe zij ouders informeren over de mogelijkheden voor onafhankelijke ondersteuning.
- Er wordt een landelijke (tijdelijke) geschillencommissie ingericht voor geschillen tussen het bevoegd gezag en de ouders over toelating, verwijdering en ontwikkelingsperspectief.
Inspectie van het Onderwijs
- De Tweede kamer verzoekt de regering, de Inspectie van het Onderwijs te laten toezien op een volwaardige rol van de ondersteuningsplanraad in al zijn geledingen bij de besluitvorming over het ondersteuningsplan passend onderwijs. (Motie)
- De minister stelt het toezichtskader van de Inspectie van het Onderwijs vast, waarna het naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. (Toezegging minister)
Monitoring
- De Tweede Kamer verzoekt de regering te monitoren op de duur van de plaatsing op de wachtlijsten, de oorzaken van de wachtlijsten en de wijze waarop scholen en samenwerkingsverbanden deze zo kort mogelijk houden. (Motie)
- De Tweede Kamer verzoekt de regering het aantal leerlingen met extra zorgbehoefte jaarlijks in kaart te brengen. (Motie)
- De Tweede Kamer verzoekt de regering te monitoren in hoeveel gevallen scholen menen, dat een leerling geen passende ondersteuning kan worden gegeven en er geen alternatief gevonden kan worden. (Motie)
- De minister zal in de monitor een rapportage over schorsing van leerlingen meenemen. (Toezegging minister)
- De minister heeft toegezegd een voorstel uit te werken met de sectororganisaties over hoe de mogelijke ontstane bureaucratie in de gaten gehouden kan worden. En welke acties hiervoor nodig zijn. De Tweede Kamer ontvangt hierover bericht. (Toezegging minister)
Leerlingenvervoer
- In de regeling met betrekking tot het leerlingenvervoer van de gemeente wordt rekening gehouden met de van ouders redelijkerwijs te vragen inzet bij leerlingenvervoer.
Jeugdzorg en passend onderwijs
- De Tweede Kamer verzoekt de regering, de samenhang tussen de stelselwijzigingen jeugdzorg en passend onderwijs aan te brengen en de regionale samenwerking zo veel mogelijk te laten samenvallen. (Motie)
- De Tweede Kamer verzoekt de regering:
- te bewerkstelligen dat de politieke leiding van de departementen van OCW en VWS, samen met de VNG, nog in 2012 een duurzame oplossing uitwerkt die passend onderwijs en begeleiding op basis van de (gedecentraliseerde) AWBZ zo goed mogelijk op elkaar doen aansluiten;
- in overleg met de sectororganisaties in het onderwijs nog in 2012 een procedure uit te werken, waardoor de plaatsing van ernstig meervoudig gehandicapte leerlingen in een voor hen passende school gerealiseerd kan worden met zo min mogelijk procedurele en administratieve belasting voor ouders en de betrokken scholen (Motie)
Verdere voorbereidingen
In de komende periode gaan de accountmanagers van het ministerie van OCW weer het land in om met de samenwerkingsverbanden i.o. te spreken over de laatste stand van zaken bij de voorbereiding op passend onderwijs. Meer informatie en achtergronden vindt u op de website Passend onderwijs.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Regeling prestatiebox MBO (10-03-2012)
Algemeen
De prestatiebox is een nieuw bekostigingsinstrument voor het mbo en is bedoeld om mbo-instellingen financieel te stimuleren tot het realiseren van bijzondere beleidsdoelstellingen. Met dit instrument wordt beoogd mbo-instellingen in staat te stellen om in korte tijd specifieke aspecten van het bestel van het beroepsonderwijs op instellingenniveau te verbeteren. Hierbij zal het gaan om beleidsdoelstellingen die de kwaliteit van de onderwijsprestatie direct of indirect bevorderen
De prestatiebox in het mbo zal als aanvullende vergoeding op de bekostiging worden vormgegeven. Ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel kan de Minister op basis van artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB) een aanvullende vergoeding toevoegen aan de bekostiging. Hiermee is sprake van een additioneel, flexibel inzetbaar bekostigingsinstrument dat mede kan worden ingezet ter realisatie van de per kabinetsperiode vastgestelde beleidsprioriteiten die kortdurende financiële prikkeling behoeven. Naar verwachting bevordert de prestatiebox een efficiënte besteding van middelen doordat de individuele mbo-instelling (deels) een bijdrage uit de prestatiebox ontvangt al naar gelang de geleverde prestatie.
Tegelijkertijd wordt het instrument van de prestatiebox gebruikt om diverse bestaande subsidieregelingen te bundelen, om de bekostiging transparanter en eenvoudiger (minder belastend) voor mbo-instellingen te maken. Bij de vormgeving van deze aanvullende bekostiging wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de hoofdbekostiging en de bijbehorende jaarverslaggeving. Dit zorgt ervoor dat zo min mogelijk onnodige additionele lasten voor mbo-instellingen worden gecreëerd. Bovendien maakt opname in het geïntegreerd jaardocument de prestaties van de individuele mbo-instellingen transparant en dus onderling vergelijkbaar. Dit zal bevorderen dat mbo-instellingen kennis en vaardigheden uitwisselen.
Opzet van de prestatiebox
Het bevoegd gezag van de mbo-instelling ontvangt aanvullende vergoeding op de bekostiging via de prestatiebox om invulling te geven aan de in deze regeling vastgelegde beleidsdoelstellingen. Bij de inzet van de aanvullende vergoeding op de bekostiging heeft het bevoegd gezag bestedingsvrijheid, tenzij in deze regeling anders wordt voorgeschreven.
Een vast bedrag zal aan elke mbo-instelling per beleidsdoelstelling voor aanvang van het desbetreffende bekostigingsjaar worden gegeven, als zijnde een vergoeding van de kosten die gepaard gaan met de activiteit. Dit bedrag mogen mbo-instellingen behouden ongeacht of de bij de desbetreffende beleidsdoelstelling verlangde prestatie is geleverd, tenzij voor een specifieke beleidsdoelstelling in deze regeling daarvan wordt afgeweken. Bij de berekening van dit bedrag wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de berekening op basis van artikel 2.2.2 van de WEB. Daarnaast zal een variabel bedrag worden toegekend waarvan de hoogte wordt bepaald door de mate waarin de prestaties voldoen aan de in deze ministeriële regeling vastgelegde norm per beleidsdoelstelling.
Waar mogelijk zal in deze regeling per beleidsdoelstelling worden aangegeven welke prestatienorm dient te worden gehaald. In die gevallen waarin doelstellingen dienen te worden vertaald naar instellingenniveau, zal in de regeling worden aangegeven op welke wijze dit zal geschieden. Het uitgangspunt bij de vormgeving van deze prestatienormen is dat het dient te gaan om objectieve maatstaven, dat wil zeggen aan de hand waarvan de prestatie van de mbo-instelling betrouwbaar, valide en toerekenbaar aan de mbo-instelling kan worden vastgesteld. Tegelijkertijd dient de prestatienorm het kritische vermogen van de mbo-instelling zoveel mogelijk op het desbetreffende beleidsterrein te stimuleren. Voor de periode 2012–2015 worden in elk geval de beleidsdoelstellingen uit het Actieplan mbo 2011–2015 ’Focus op Vakmanschap’ waarvan dat is aangegeven, in deze regeling opgegeven. Hierbij zal een groeimodel worden gehanteerd. De opname in de prestatiebox wordt bepaald door het tijdstip waarop de inspanning door de mbo-instelling geleverd dient te gaan worden dan wel wanneer de benodigde beginsituatie zich hiervoor leent.
Op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs moet elke bekostigde mbo-instelling thans verantwoording afleggen over een aantal kernprestaties aan de hand van uniforme vastgestelde indicatoren in het zogenoemde geïntegreerd jaardocument (de zgn. resultatenbox). Deze indicatoren worden grotendeels gevuld door DUO. Mbo-instellingen dienen per indicator aan te geven wat de stand van zaken is, welke ambities ze nastreven en welke inspanningen ze derhalve gaan leveren. Vanwege de reeds beproefde validiteit maar ook om de administratieve lasten zo beperkt mogelijk te houden, zal waar mogelijk nu en in de toekomst worden aangesloten bij dit verantwoordingsinstrument.
Bron: Duo-Cfi
